In de hoop dat er iemand door geïnformeerd en geïnspireerd word, deel ik mijn Bij Blije verhaal. De foto is gemaakt op donderdagavond. De dag ervoor liep ik met n vriend toevallig langs dit lindenlaantje tussen twee gebouwen. Behalve de heerlijk geurende lindes bloeit er niks in de directe omgeving en zie ik veel stoep en steen. Ons gezellige praatje stokte zodra ik n hommel zag liggen op de grond. Terwijl ik bukte, werd me verteld dat er al dagen veel dode pollinators liggen net zoals elk jaar zodra de bloesem bloeit. Op de grond lagen inderdaad meerdere dode hommels… We lopen verder maar vergeten doe ik t niet. Het laat me dan niet zomaar los en ‘s avonds zoek ik de reden op van de massale sterfte bij de zalig geurende lindebomen. Die heerlijk zoete geur is nou precies het probleem: insecten uit de verre omtrek komen er op af en vinden te weinig nectar in de lindebloesem en sterven een uitgeputte hongerdood. Op deze plek tussen de gebouwen in met veel stoeptegels zonder alternatieve bloeiers, sterven ze bij bosjes…. Vervolgens herinnerde ik mij t filmpje van de bijen drinkplaats die ik eerder al es had gedeeld op de Facebook pagina van De Kunst van Kringloop en ik wist dat je met doppen, van plastic flessen en een houten latje vrij eenvoudig de bijen zou kunnen helpen aan honingwater. Diezelfde woensdagnacht besloot ik om op donderdag zoiets te gaan maken en ophangen. Nog geen dag later, op donderdagavond in de schemering was het zover.
Pr8ig BlijNieuwsverhaal van één van ons lezers. Lees hierna verder wat ze deed

Met maar maximaal een uurtje besteed te hebben aan dopjes boren en vastschroeven op een plankje ging ik op pad naar de lindebomen. Gewapend met m’n latjes, een fles water aangelengd met honing* en niet te vergeten touw, fietste ik door de frisse zomeravond. Best onhandig die lange latjes, “als ik maar niet val doordat de lange lat tegen mn stuur komt in een bocht”. Opletten dus. “Als baldadige jongelui t maar niet slopen, het weekend en de schoolvakantie staat voor de deur.” de onzekere gedachtes gaan door m’n hoofd “als strenge buurtbewoners t maar geen doorn in t oog vinden in hun nette straatje en t daarom weghalen”. Even later zie ik n clubje jongelui staan en hield stil “mag ik jullie wat vragen?”. Dat mocht en ik laat mijn vrolijke latjes zien. Op mijn vraag of zij de latjes met gekleurde dopjes zouden slopen als ze deze bijendrinkplaatsen zouden tegenkomen op n dolle nacht in het weekend, antwoordden ze in koor “nee, natuurlijk niet”.

Opgelucht vervolgde ik mijn weg en toen ik mijn fiets neerzette tussen de gebouwen in, kwam er op dat moment een buurtbewoner net uit zijn schuurtje. Ik vertelde hem wat ik op ging hangen in de linde boom. De buurtbewoner op leeftijd reageerde direct enthousiast. Even later staan we samen de latjes op te hangen. Hij hield zijn gerimpelde vinger op t touwtje en leerde mij een handige manier van knopen leggen. Ondertussen kletsen we over de hommels en weet hij ook dat de geur van de linde en te weinig nectar het probleem is waardoor de hommels sterven. Hij bevestigt dat het elk jaar “hetzelfde liedje is rond deze tijd dat de bloesem van de linde bloeit.” “het ruikt wel heel lekker, bekent hij ” mijn vrouw en ik zetten er speciaal de balkondeur voor open”. Ik probeer n duurzamer oplossing aan te reiken door te opperen dat als de boomspiegels wellicht iets ruimer zouden zijn met aan de stam lila lavendel of bloeiende veldbloemen, de bijen een alternatief zouden hebben.

Voor vandaag is dit de oplossing en samen hangen wij de twee latjes op met dopjes met ieniemieniedrinkbakjes en vullen ze met honingwater. Inmiddels hebben we handen geschud en ons aan elkaar voorgesteld en weet ik dat de oude baas Jan heet en waar hij woont en hij uit een gezin van 16 komt. Jan belooft spontaan het in de gaten te houden de komende dagen en de dopjes bij te vullen. Hij mag de latjes na de bloei in zijn schuurtje zetten, hij is blij met het cadeau.
We nemen afscheid, maar niet voordat ik pols of de oude makker wellicht aan Whatsapp doet zodat hij n fotootje sturen kan. Maar “aan die moderne dingen doe ik niet, mijn vrouw wel”. Ik geef mijn telefoonnummer en e-mailadres en ik krijg inderdaad direct de dag erop, op vrijdag, oftewel gisteren, een mailtje:

“Mijn man is vandaag een paar keer wezen kijken. Het gaat goed, de dopjes met de honingdrank bijgevuld. Bijna geen dode hommels maar het is nog te vroeg om te juichen.
Mijn man houd het in de gaten voor U
hartelijke Groet
Jan en Annie”

Hier word ik blij van …bij blij oftewel #BIJBLIJ

Natuurlijk ben ik reuze nieuwsgierig of t werken zal, t is niet bij mij om de hoek, toch zal ik gaan kijken bij dit laantje. Hopelijk kan ik dan nog een foto posten met een drukbezocht bijenplaatsje.

*Inmiddels begrijp ik dat water aangelengd met suiker veiliger is, want honing kan besmet zijn met iets waar bijen ziek van kunnen worden